Handboek PowerShell vlot gebruiken

Handboek PowerShell vlot gebruiken

Uitvoering
Boek, paperback, zwart-wit, 324 pagina's
ISBN
9789463562287
Gepubliceerd
2021
Serie
€ 39,99

In dit boek word je meegenomen in een reis door het PowerShell-landschap. PowerShell is de shell- en scripttaal die door Microsoft ontwikkeld is om Windows via een Command Line Interface (CLI) lokaal aan te sturen en op netwerkniveau.

Door de komst van .NET Core heeft Microsoft PowerShell verder ontwikkeld naar PowerShell Core, waardoor PowerShell nu ook op andere besturingssystemen dan Windows uitgevoerd kan worden. Het grote voordeel om PowerShell binnen andere besturingssystemen te gebruiken, is het heel snel aanmaken van objecten, waardoor veel elementen van elk besturingssysteem eenvoudig opgevraagd en aangepast kunnen worden.

In dit boek leer je eerst PowerShell-instructies te begrijpen, wijzigen en toe te passen. Na dit eerste uitgebreide deel komen vijf andere delen aan bod om de vele mogelijkheden van PowerShell te ontdekken.

Wat kun je verwachten:

  • Windows PowerShell 5.1 en PowerShell Core 7.1 gebruiken;
  • Instructies zo goed als mogelijk begrijpen, wijzigen en toepassen door de bijhorende Nederlandstalige uitleg;
  • PowerShell ISE en Visual Studio Code met bijhorende mogelijkheden als IDE gebruiken om moeilijke en lange instructies, scripts en modules aan te maken;
  • PowerShell in Linux (Debian en Red Hat) toepassen met remote verbindingen over verschillende besturingssystemen heen;
  • Via CLI een Windows-domein aansturen en verbinden met een Office 365-tenant (Azure);
  • Een uitbreiding op de PowerShell-bouwstenen die nodig zijn om zelf cmdlets en modules aan te maken;
  • Een uitgebreid onderdeel met allerlei extra's waarbij PowerShell gebruikt wordt.
Downloadbare bestanden

Handboek PowerShell vlot gebruiken

1
Wegwijs in PowerShell
Introductie
1
Aan de slag
2
Eerste instructie uitvoeren
3
Gebruikmaken van Windows PowerShell ISE
4
Visual Studio Code
5
Typische PowerShell-opmerkingen
6
Houd rekening met iedereen
7
Escapeteken
8
Cmdlets
9
Snel werken met PowerShell
10
Parameters bij cmdlets
11
Anatomie van PowerShell-commando
12
Bouwstenen
13
Waarde toekennen aan een variabele
14
Opbouwen van een stevige instructie
15
Gebruik -whatif om instructie te controleren
16
Hulp krijgen over cmdlets
17
Twee soorten problemen bij cmdlets
18
Begrijp de verschillende soorten haakjes
19
Beveiligingsbeleid op orde stellen
20
Een vertrouwensrelatie (signed) voor eigen scripts
21
Credentials meegeven via een object
22
Parameters instellen bij starten PowerShell
23
PowerShell starten vanuit een batchbestand of Cmd-venster
24
PowerShell automatisch starten als administrator – I
25
Werken met variabelen
26
De pipeline | in het kort
27
Objecten
28
Eigenschappen
29
Methoden
Oefeningen
30
Get-Member
31
Objecteigenschappen wijzigen
32
Verkregen output wijzigen
33
Een transcript krijgen van de instructieverwerking
34
Te veel op het venster: more versus paging
35
Aliassen in PowerShell
36
PowerShell-profiel maken
37
Snap-ins in PowerShell
38
Providers in PowerShell
39
Registerinstructie klaarmaken: transaction
40
Navigeren in PowerShell
41
Modules in PowerShell: basis
Oefeningen
42
Op afstand met PowerShell
43
PSSessions: remote via PowerShell
44
Navigeren via remote sessie op één remote pc
45
Invoke-Command – instructies op afstand uitvoeren
46
Double hop
47
Achtergrondtaken lokaal uitvoeren
48
Achtergrondtaken remote uitvoeren
49
Achtergrondtaken inplannen
Oefeningen
50
Datatypen
51
Variabelen en constanten
52
Arrays
53
Hashtables
54
List
55
Dictionary
56
Queues & stack
57
Splatting
58
Wiskunde en de operatoren
59
Vergelijkingsoperatoren
60
Logische operatoren
61
.NET-operatoren
62
Regex: regular expressions
63
If-statement
64
Switch-statement
65
Iteratie: for-statement
66
Iteratie: foreach-statement
67
Iteratie: while-statement
68
Iteratie: do until-statement
69
Iteratie: do while-statement
70
Casting en werken met resultaten
71
Methodes, functies en cmdlets
72
Zelfgedefinieerde functies in het kort
73
Het bereik van een variabele
74
Werken met argumenten
75
Stack en heap
Oefeningen
76
Inzicht in het helpsysteem
77
Metadata van een cmdlet bekijken
78
Pipelinebinding (byValue of byPropertyName)
79
CSV-bestanden
80
XML-bestanden
81
HTML-bestanden
82
JSON-bestanden
83
Where-Object
84
Select-Object
85
Sort-Object
86
Group-Object
87
Measure-Object
88
ForEach-Object
89
Compare-Object
90
Tee-Object
91
Bestandscatalogus en werken met hashes
Oefeningen
92
PowerShell-modules en -scripts online
93
Werken met modulemanifests
94
.NET
95
Nieuwe objecten maken
96
Statische mogelijkheden
97
Accelerators
98
Using
99
Assembly‘s en using
100
PowerShell automatisch starten als administrator – II
101
.NET-klasse convert
102
Stringbewerkingen
103
Geavanceerde getalbewerkingen
104
Datumbewerkingen
Oefeningen
105
Standaard PowerShell-variabelen
106
(D)COM
107
WMI
108
CIM-variabelen
109
Eigenschappen van bestanden en mappen
110
Rechten van bestanden en mappen
111
Rechten wijzigen
112
Eigenaarschap overnemen
113
Module NTFS
114
Eigenschappen zijn ook objecten
115
Veilig wachtwoordbeheer
Oefeningen
116
Een domein starten
117
PowerShell Web Access
118
Centrale informatiemap maken
Oefeningen
Bronnen
Schoonmaak
2
Visual Studio Code en PowerShell Core
119
Visual Studio Code en PowerShell Core
3
PowerShell Core gebruiken in Linux
120
PowerShell Core gebruiken in Linux
4
Een CLI-netwerkomgeving in de cloud en on-premises
Introductie
121
Windows Server Core versus GUI
122
Installatie Windows Server 2019 Core
123
Installatie Hyper-V Server 2019
124
Installatie GUI-netwerk Windows Server 2019 en Windows 10
125
WSCore snel configureren
126
DHCP instellen op DC
127
DNS instellen op DC
128
Replicatie forceren
129
Active Directory via PowerShell
130
PowerShell grafisch of via de CLI benaderen
131
Einde automatisering in Windows Server 2019
132
Microsoft 365 met het netwerk verbinden
133
Docker
134
Chocolatey
135
Andere scripttalen
Bronnen
5
PowerShell-bouwstenen
136
Scripts en modules
137
Scripts
138
Functies leiden vaak tot een start
139
Van script naar module
140
Voorbeeld van een module
141
Voorbeeld van een volledige module
142
Scripts, modules en functies opbouwen
143
Hetzelfde doen in Visual Studio Code
144
(Geavanceerde) functies
145
Modulemanifest
146
Module met meer dan één functie opslaan
147
Fouten opvangen
148
Validatie
149
Try, catch en finally
150
Werken met validatieattributen
151
Mocking
Opdracht
152
Debuggen
Bronnen
6
Extra’s via PowerShell
153
PowerShell Desired State Configuration (DSC)
154
API en webrequests
155
E-mail versturen vanuit PowerShell
156
Packages
157
Pester
158
Theoretisch: workflow
159
Zeer kort theoretisch: Microsoft Azure Automation
160
Windows Terminal en subsystem Linux
161
PSScriptAnalyzer
162
Unified Write Filter (UWF)
163
Werken met items: snelle uitleg
164
&-operator
165
$lastexitcode
166
Goede formats weergeven tijdens uitvoering
167
Wait-, -wait en Start-Sleep
168
Een PowerShell-script aan een GPO koppelen
169
PowerShell-scripts via Intune (Mobile Device Management)
170
Self-signed script met eigen certificaat maken
171
Nieuw in PowerShell 5.1, 6 en 7
Bronnen
172
Einde
173
Verdere verdieping
Index